Welke woningkosten kan ik als beroepskosten inbrengen?

Doorlopende kosten

Je mag een deel van alle doorlopende woningkosten aftrekken:

  • verwarming
  • elektriciteit
  • poetskosten
  • brandverzekering
  • etc

Om te berekenen welk deel je van deze kosten als beroepskosten kan aftrekken moet je het beroepsmatig gedeelte van jouw woning bepalen. Dit houdt in dat je de oppervlaktes van de ruimtes die je beroepsmatig gebruikt op telt en de verhouding ten aanzien van de totale bewoonbare oppervlakte berekent. Stel dat deze verhouding 10 % beroepsmatig gebruik is, dan mag je 10 % van alle kosten gerelateerd aan de woning als beroepskosten aftrekken.

Huur

De overheid staat toe dat je jouw huurkosten inbrengt als beroepskosten (natuurlijk enkel maar het beroepsgedeelte zoals hierboven beschreven). In praktijk staat er echter in de meeste huurcontracten aangegeven dat dit niet mag omdat de verhuurder dan belast wordt op zijn huurinkomsten.

Eigen woning

Bij bezit van een eigen woning kan je deze ook als een kost in rekening brengen. We onderscheiden hier twee componenten

  • Aankoopbedrag van de woning
  • Hypotheek intresten

Aankoopbedrag van de woning

Je kan de aankoop van jouw woning afschrijven over 33 jaar. Als de aankoop van jouw woning dus minder dan 33 jaar geleden plaats vond kan je deze afschrijving in rekening brengen. (rekening houdend met het beroepsgedeelte).

Wel is het zo dat enkel het gebouw in aanmerking genomen mag worden als “beroepskost”, m.a.w. de waarde van het gebouw excl de grond. Je moet dus een schatting maken van de wat de waarde van de grond is t.o.v. de waarde van het gebouw. Houd hierbij rekening dat de grondwaarde van een bebouwde grond lager ligt dan wat je voor een een braakliggend stuk grond zou betalen.

Hypotheek intresten

Als je een hypotheek lening afbetaalt kan je het beroepsgedeelte van jouw intrestkosten ook in rekening brengen. Let wel, enkel de intrestkosten en niet het gedeelte dat overeenkomt met het terugbetalen van het geleende bedrag.

Verder kan de hypotheekintresten slechts één maal inbrengen, ofwel onder het stelsel van de woonbonus, ofwel bij de beroepskosten. In praktijk blijkt dat het meestal voordeliger is de intresten bij de beroepskosten bij te tellen dan bij de woonbonus.

Stel nu dat je berekend hebt dat 10% van jouw woning beroepsmatig gebruikt wordt dan mag je toch meer dan 10% van je intrestkosten in rekening brengen. Je mag immers veronderstellen dat je de lening in eerste plaats voor het beroepsgedeelte gebruikt en je eigen geld voor het privégedeelte.